|
|
 |
 |
 |
 |
|
Goudestein | Boerderij "Huis ten Halve"
|
Heilig Hart kerk
|
|
|
|
|
|
|
Adres:
|
Breedstraat 3, 3603 BA Maarssen
|
|
Naam:
|
R.K. Kerk "Het Heilige Hart"
|
|
Aard van het object:
|
gebouw met erf
|
|
Functie:
|
kerkgebouw
|
|
Architect:
|
A.Tepe
|
|
Opdrachtgever:
|
R.K. Kerkbestuur
|
|
Bouwjaar:
|
1884/1885
|
|
Bouwtype:
|
Kruis basilikale kerk
|
|
Bouwstijl:
|
Neogotiek
|
|
Verbouwing:
|
In 1955 werden enkele wijzigingen aangebracht in het interieur In 1984/1985 werd het orgel gerestaureerd en verplaatst In 1999/2001 algehele restauratie van in- en exterieur
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
Beschrijving De grote neogotische basiliek is gelegen op een hoek in het centrum van het dorp, op een terrein met siertuin, van de straat gescheiden door middel van een fraai hekwerk. De ingangspartij bevindt zich in de hoge spitse toren, die gelegen is recht tegenover de absis. De basiliek heeft twee transepten, waarin zich kapellen bevinden. Het leien dak van het middenschip is een zadeldak, dat van de zijbeuken een lessenaarsdak. Tussen de transepten zien wij in de zijgevels steunberen met luchtbogen. Zowel in de zijbeuken als in de lichtbeuk bevinden zich gotische vensters. Gotische decoratieve patronen zijn over de gehele gevel aangebracht in de vorm van rode baksteen in diverse reliëfs.
Neogotiek Het begrip neogotiek is een onderdeel van een brede stroming in de negentiende-eeuwse kunst, die wordt aangeduid als historisme. Hieronder wordt een houding verstaan waarin de beschouwing en het gebruik van geschiedenis, van historische stijlen, van meer belang zijn dan het ontdekken en ontwikkelen van nieuwe, eigentijdse vormen. Vaak geldt de macht van een historisch voorbeeld zelfs zo sterk, dat eigen handelen verlamd wordt. Binnen de architectuur komt het in deze periode niet tot een nieuwe stijl, maar wordt het heil gezocht in het doen herleven van historische stijlen, vaak in bonte wisselingen door elkaar. Het ontstaan van deze kunststroming hangt nauw samen met de verruiming van de kennis van de wereld, en geschiedenis, die in deze eeuw plaatsvindt. De "verwetenschappelijking" van de wereld, de wil om heel het menselijk (en natuurlijk) leven wetenschappelijk te doorzien en te begrijpen, leidt tot een sterke gebondenheid aan die kennis en vooral voor burgerlijke bouwheren tot pronken met hun pas verworven kennis. De neogotiek is één van de vele neostijlen die in deze tijd zijn ontstaan. Een stijl die allereerst een soort van "protest" vormt tegen het klassieke, aan Grieken en Romeinen ontleende, vorm en ruimtegevoel. Er ontstaat een nieuw ruimtelijk besef, een verlangen naar onafgeslotenheid, naar een alzijdig open ruimte. Daarnaast is de neogotiek een teken van religieuze geestdrift; en protestant en rooms-katholiek voelen zich in 1842 nog erfgenaam van de christelijke middeleeuwen. Juist dit godsdienstige aspect wordt het meest wezenlijke kenmerk van de neogotiek. Vooral in roomse kringen in Nederland en Duitsland werd de neogotiek gezien als de zuivere uiting van hun geloof en hun kerk. In de eerste helft van de negentiende eeuw is de neogotiek in Nederland bijna een protestante zaak, terwijl na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 het een roomse zaak bij uitnemendheid wordt. Een symbool van herwonnen vrijheid en hervonden zelfbewustzijn.
Historische gegevens Vanaf 1588 tot 1885 was in de kom v an de gemeente Maarssen geen rooms-katholieke kerk aanwezig. De kerk aan de Kerkweg, waar eerst de rooms-katholieke erediensten werden gehouden, werd in 1588 onteigend en overgedragen aan de gereformeerde gemeenschap. Hoewel Jonkheer Gerrit Zoudenbalch, eigenaar van Huize Ter Meer, in 1588 opnieuw een pastoor benoemde voor de kerk aan de Kerkweg, werd als gevolg van de protestantisering in de provincie Utrecht, deze pastoor in 1593 afgezet door de Staten van Utrecht. Op dat moment breken moeilijke tijden aan voor de katholieke gemeenschap in Maarssen. Erediensten vinden dan eens hier en dan weer daar in particuliere huizen plaats. Vanaf 1680 vindt men voor lange duur een onderkomen in een zogenaamde schuilkerk aan het eind van de Zeijlweg in Maarssenbroek. Maar in de jaren 1755-1759 wordt er aan de Straatweg tegenover Goudenstein, ondanks het verbod van het rooms-katholieke geloof, een nieuwe kerk gebouwd en gedoogd. Eerst met de grondwet van 1848 krijgt de katholieke kerk het volledige recht haar organisatie naar eigen wensen in te richten. De kerk aan de Straatweg blijft dan nog enige jaren in gebruik. In 1882 wil pastoor Henricus Carolus Essink een nieuwe kerk in het centrum van Maarssen laten bouwen. Het kerkbestuur koopt hiervoor het logement "De Eenhoorn" met omliggend terrein en bijgebouwen van de som van ƒ 30.000,--. Een terrein waar enige eeuwen lang, tot 1836, de bierbrouwerij Slijkenborg (later de Eenhoorn genoemd) lag. Twee jaar later, op 30 juni 1884, legt pastoor Essink de eerste steen van de Heilige Hart Kerk. Het logement doet dan nog negen jaar dienst als pastorie. De huidige pastorie werd in 1893 gebouwd. Een gedeelte van de stal van het logement De Eenhoorn behield zijn functie nog lange tijd, voornamelijk ter wille van de boeren uit de omtrek, die met gerij naar de kerk kwamen. Op 9 september 1885 wordt de Heilige Hart Kerk aan de Breedstraat doe Z.D.H. Petrus Matthias Snickers op plechtige wijze ingewijd en vervolgens op zondag 11 oktober in gebruik genomen. Sindsdien beheerst de kerk met zijn ranke monumentale toren het beeld van Maarssen in het oude centrum. De kerk werd naar een ontwerp van architect Alfred Tepe in neogotische stijl gebouwd. Alfred Tepe heeft behalve de Maarssense kerk ook die van IJsselstein, Abcoude, Vinkeveen en Mijdrecht ontworpen. De Maarssense kerk onderscheidt zich door een bijzondere constructie van de schraagbogen, die deze architect gewoonlijk onder het dak van de zijbeuken aanbracht, maar die in Maarssen zichtbaar geconstrueerd zijn. Het middenschip kan daardoor hoger dan anders boven de zijbeuken uitrijzen. Hierdoor is een hoogte mogelijk gemaakt die de Maarssense dorpskerk van binnen en bijna kathedraalachtig aanzien geeft. De buitenlijn van de kerk is strak, hoewel het plan oorspronkelijk een beweeglijker beeld moet hebben gehad. In de ontwerpfase is onder andere een angelustoren van de bouwtekening verdwenen. Het interieur van de kerk had oorspronkelijk schilderingen die destijds door de Amsterdamse kunstcriticus Jan Kalf als lelijk, ordinair en hard van kleur werden gekenmerkt. Ook stelde deze dat de schilderingen, vooral in de figurale gedeeltelijk hinderlijk slecht van tekening waren. Een oordeel dat door hen die ze gekend hebben uitdrukkelijk en zonder uitzondering wordt bevestigd. Later blijken de verfsoorten waarmee was gewerkt van ondeugdelijke makelij. De schilderingen gingen bladderen en in 1955 besloot men dan ook om het interieur van de kerk geheel wit te schilderen. Tevens werd de kruising (daar waar hoofdschip en dwarsschip elkaar kruisen) een nieuw altaar gebouwd. Het oorspronkelijke neogotische altaar, alsook de preekstoel en communiebank (uit de werkplaats van kerkmeubelmaker Mengelberg) werden afgebroken en verwijderd. Enige jaren later wordt een deel van deze verandering echter weer ongedaan gemaakt. De witte verf bleek van slechte kwaliteit, dus men was opnieuw genoodzaakt de hele beschildering over te doen. Besloten werd een gedeelte van de oude beschilderingen te herstellen. Ook werden reliëfs van het hoogaltaar en de preekstoel weer teruggebracht. Het later aangebrachte hoogaltaar werd behouden vanuit de behoefte aan een voor ieder zichtbaar plaatsvinden van het sacrale gebeuren aan de altaartafel. Een speciale vermelding verdient het oude Lindsen-orgel dat nu een plaats inneemt naast het altaar. Het orgel is ouder dat de Heilige Hart Kerk zelf. Op 13 september 1835 werd in de voormalige kerk aan de Straatweg een nieuw orgel ingewijd dat werd gebouwd door Henricus Dominicus Lindsen, een jong Utrechts orgelmaker en leerling van de befaamde orgelbouwer Abraham Meere (maker van het orgel in de N.H. kerk). In hoeverre dit orgel destijds geheel nieuw was of in het Lindsen-orgel materialen zijn gebruikt uit een eerdere orgel is een onderwerp van discussie. Precies 50 jaar na de inwijding verhuisde het Lindsen-orgel naar de nieuwe Heilige Hart Kerk en kreeg het een bescheiden plaats op de koorzolder in de toren. In 1984/1985 werd het orgel grondig gerestaureerd en verhuisde het Lindsen-orgel het naar de huidige plaats naast het altaar. Sinds 1979 bevindt zich in de toren van de Heilige Hart Kerk een carillon. Dit carillon werd in 1981 aan de gemeente geschonken door de "Stichting Het Carillon", welke middels een grootscheepse actie onder de burgerij en het bedrijfsleven gelden voor dit doel bijeen had gebracht. Gedurende de jaren 2000/2001 wordt een omvangrijk restauratieproject uitgevoerd. Zowel toren als kerkgebouw worden zeer grondig onder handen genomen. Hierbij werd o.a. de torenspits recht gezet, binnen en buiten geschilderd, dakleien vernieuwd, metselwerk hersteld en de oude glas in loodramen gerepareerd. Het orgel is tijdens de restauratie van 2001 ca 3 m hoger geplaatst op een soort balkon, het stond vanaf ca 1985 op dezelfde hoogte als het altaar Literatuur /Archief - Een eeuw Heilige Hart Parochie Maarssen, J. van Veldhuizen (1985) - Programmaboekje van de ingebruikname van het gerestaureerde Lindsen-orgel op 8 september 1985, orgelcommissie van de Heilige Hart Kerk - Periodieken Historische Kring Maarssen, jrg. 1 blz. 13 t/m 18, blz. 36 t/m 40, blz 59 t/m 66, jrg. 11 blz. 47 t/m 49.
Uitgave van de Gemeente Maarssen Met medewerking van De Historische Kring Maarssen Beeldmateriaal: Dhr. G.J. Pouw Lay-out: Gemeente Maarssen September 2001
|
|